Over mij

 

Toen ik op de wereld kwam, viel mijn vader bijna van blijdschap van de trap. Dat vertelde hij tenminste altijd als hij het over mijn geboorte had. Dat was ongeveer een jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, op maandag 8 april 1946 om precies te zijn. Mijn vader was zo blij, omdat hij al twee meisjes had, mijn zussen dus, en graag een jongen wilde.

Dat gebeurde allemaal in Dordrecht, één van de oudste steden van Nederland, waar ik nu nog woon. Eigenlijk heb ik bijna mijn hele leven in Dordrecht gewoond. Ik ben geboren op de Brouwersdijk, schuin tegenover de Torenschool zoals die toen heette. Nu zit er een soort kerk in.

Lezen kon ik heel snel, want als kleuter moest ik bijna elke dag met mijn twee jaar oudere zusje ‘schooltje spelen’. Ik was natuurlijk het kind en zij de juffrouw. Maar daardoor kon ik al lezen en schrijven toen ik naar de eerste klas (nu groep 3) ging. Daardoor waarschijnlijk ging het daarna zó goed met mij op school dat ik halverwege de tweede klas een jaar mocht overslaan en opeens in de derde zat.

Een lief, oppassend jongetje was ik niet in die tijd. Ook niet de jaren daarna. Ik was zó jong toen ik van de lagere school kwam, dat ik meer zin had in spelen en kattenkwaad uithalen dan in leren. Zo kwam ik op de mulo terecht, waar ik ook meer belangstelling had voor wat er buiten dan voor wat er in de school gebeurde. Na de mulo wist ik helemaal niet wat ik wilde. Werken? Naar een andere school? De baantjes die ik met mijn diploma kon gaan doen, leken me echt doodsaai. Dus ging ik net als mijn vriendje maar naar de m.t.s., de middelbaar technische school. Dat had ik na een half jaar helemaal gezien. Alle jongens die daar zaten (er zat geen enkel meisje toen) konden alleen maar over hun bromfiets praten en zonder meisjes vond ik het er niet uit te houden.  Pas toen ik na dat half jaar voor onderwijzer ging leren op de Kweekschool (tegenwoordig heet dat de pabo) in Dordrecht, vond ik het leuk om naar school te gaan en deed ik mijn stinkende best. Maar toen was ik natuurlijk ook al een jaar of zestien.

Op de Kweekschool werd ik gegrepen door boeken. Ik las me een ongeluk. Tot diep in de nacht vrat ik letters en toen ik van de Kweekschool kwam en onderwijzer was, wilde ik maar één ding: Nederlands studeren en boeken en gedichten schrijven.

Dat heb ik gedaan terwijl ik als onderwijzer werkte en later als directeur van een basisschool (in Sliedrecht). Een gemakkelijk leventje was het niet: de hele week hard werken, ’s avonds studeren en elke zaterdag vroeg uit bed om in Utrecht de studie Nederlands te volgen.

Toen ik onderwijzer was, kwam ik in aanraking met kinderboeken en ging ik die zelf ook lezen. Het eerste kinderboek dat erg veel indruk op me maakte, was Arenden vliegen alleen van schrijfster Tonnie Vos-Dahmen von Buchholz. Een prachtig verhaal over de Viking Sven Haraldsson, die besluit zijn eigen weg te gaan en een handelspost vestigt op één van de Kanaaleilanden. Vóór die tijd had ik wel kinderboeken als De Kameleon, Arendsoog, Pim Pandoer en de Bob Evers-serie gelezen, maar dat er zulke indrukwekkende boeken voor kinderen bestonden, wist ik niet en tijdens de opleiding voor onderwijzer werd er in die tijd nog helemaal geen aandacht aan kinderboeken besteed. Vanaf dat moment was ik gegrepen door het kinderboek. Ik las alles wat los en vast zat en las in de klas ook zoveel mogelijk voor.

Helemaal fantastisch vond ik het toen ik gevraagd werd om leraar te worden op de opleiding voor kleuterleidsters en de pedagogische academie, want daar kon ik naar hartenlust werken met kinderboeken. In die tijd werd ik gevraagd om in de Griffeljury zitting te nemen en daar ging het pas echt hard. De Zoenjury bestond nog niet en dus lazen we als juryleden zo’n 200 boeken in ongeveer negen maanden: vanaf prentenboeken voor kleuters tot jeugdboeken voor oudere kinderen. Als lid en voorzitter heb ik vijf jaar in die jury gezeten, dus kun je uitrekenen hoeveel boeken ik alleen al in die vijf jaar gelezen heb. Daarna heb ik ook nog eens drie jaar in de Zoenjury gezeten.

Langzamerhand begon ik naast het lezen van kinderboeken er ook steeds meer over te schrijven: kinderboekrecensies in kranten (Het Vrije Volk, Haarlems Dagblad, Leidsch Dagblad, de Wegener huis-aan-huis bladen, etc), artikelen over kinderboeken en schrijvers, boekjes met informatie over kinderboeken, enz.

Tot het moment kwam dat de uitgeefster van uitgeverij De Inktvis mij vroeg of ik niet een kinderboek voor moeilijk lezende kinderen wilde schrijven. En zo is uiteindelijk mijn eerste echte kinderboek ontstaan: Een schat in de Biesbosch

© 2020 Casper Markesteijn